Torenvalk: Marie Al van ver is de torenvalk te herkennen aan de lange, spitse vleugels en vooral aan de biddende vlucht, waarbij de vogel met de vleugels slaand in de lucht stil hangt en daarbij de staart breed uitgewaaierd schuin naar beneden houdt.   Sakervalken: Gustav, Spike en nog vele anderen. De naam saker is afkomstig uit het Arabisch en betekent jachtvalk. Als typische bewoner van steppen en halfwoestijnen neemt de sakervalk vaak stofbaden in het zand bij gebrek aan water.   Slechtvalken: Bodile, Sophie, Eline en nog veel meer. In de vlucht is de slechtvalk te herkennen aan de lange spitse vleugels en aan de relatief korte staart, en bovendien aan de snelle krachtige vleugelslag. Van dichtbij zijn de zwarte kopkap en in het bijzonder de brede zwarte baardstreep belangrijke kenmerken. Giervalken: Florian, Gunnar, Gaston en Giel, Lisbeth en Geraldine, te veel om op te noemen… De kleur van het verenkleed van deze vogel varieert van zwart, grijsbruin en grijs in subarctische gebieden tot effen sneeuwwit in hoog noordelijke gebieden. De washuid is bij volwassen vogels geel en bij jonge vogels blauwachtig.